|
Met de VW T5 California
naar Tunesië en Sicilië
|
||
|
Een verslag
|
||
| Sinds december 2006 zijn we de gelukkige bezitters van een VW T5 California, bouwjaar 2005 en dus willen we heel beslist een bestemming voor onze zomervakantie die er naar ons idee goed bij past: | ||
|
|
||
|
Tunesië voldoet daaraan, zeker in de periode waarin we gaan: begin mei t/m 1e week juni 2007. Kortom, we beginnen met de voorbereidingen voor het volgende plan: We willen vanuit Sicilië oversteken naar Tunis. Het Internet biedt wel informatie over veerdiensten, maar zodra je ergens iets gaat invullen, treedt er een storing op. Het kan incidenteel geweest zijn. Toch willen we vooraf een ticket voor de overtocht. Dan maar de NKC gebeld. Je bent tenslotte lid, niet waar? Die hadden geen idee…. Dan de ANWB, zijn we ook lid van, maar die verwijzen naar een bedrijf in Putten; waar de telefoonbeantwoorder aangeeft dat ze voor deze service doorverwijzen naar Voigt Travel in Naarden. Deze weten waar ze het over hebben en handelen de zaak professioneel af. Tickets gekocht om met “Grimaldi” van Palermo naar Tunis te varen en v.v. De boot gaat een keer per week, op zaterdag. Heen geen hut omdat we overdag varen, retour wel (nachtelijke overtocht). |
||
![]() |
We vertrekken op 1 mei in de middag. De eerste overnachting is op “Campingplatz Eisenbachtal”. Afslag Montabaur op de A3 Keulen-Frankfurt. De eigenaar is Herr Siegfried Wolf die vertelde veel in Afrika te hebben rondgereisd op de motor en Tunesië goed kende. In een nabijgelegen meertje zouden ijsvogels zitten…… |
|
|
De volgende dag vroeg op en we zijn dan om 13:00 bij de Oostenrijkse grens. De rit over de Duitse Autobahn is echt een plezier. De 5 cilinder TDI heeft er zin in en we rijden wat snelheid betreft gewoon met de personenauto’s mee. Snelheden van 160 of iets meer zijn geen probleem. Om 18:30 zijn we in Italië in het plaatsje Rioveggio op camping Riva del Setta. De teller staat dan op
We schieten goed op en zijn de volgende dag ’s avonds in zuid Italië op camping San Fantimo in Lido de Palmi: in een bos hoog boven een baai. Mooi uitzicht. Deze dag
Omdat we niet ver van Reggio di Calabria zitten, doen we het rustig aan en gaan om 11:00 met de veerpont over naar Messina. Het waait en de zee is ruig. Kosten € 40,00 voor een retour. We herkennen de oude veerponten Koningin Beatrix en Prins Friso, die vroeger over de Zeeuwse wateren heen en weer voeren. Ze doen het hier ook goed. We rijden langs de noordkant van het eiland Sicilië naar Isola delle Femmine naar camping “
Het is zaterdag 5 mei en we zijn vroeg op, omdat we het gevoel hebben dat Palermo wel eens lastig kan zijn. De weg door de stad naar de “porto” is redelijk aangegeven, toch mis ik een bordje en moeten we met hulp van ons navigatiesysteem van VDO Dayton in de haven belanden. Lukt. Na wat gevraag en gezoek vinden we het incheck bureau van Grimaldi (aan de kade verstopt achter wat bomen) en vandaar
|
||
|
TUNESIE
|
||
|
We komen in de avond in
We willen naar Nabeul, dus via de (enige) autoroute met tol die Tunesië rijk is. Al met al komt het voorelkaar en bij Grombalia pakken we de RN 27. Volgende keer is het beter de autoroute te blijven volgen en via Hammamet naar Nabeul te rijden. Het is intussen aardedonker en we komen erachter dat in elk dorp verkeersdrempels standaard zijn. Daar kan je dus NIET met 60 overheen! In Nabeul heeft een aardige politieagent ons de weg naar Camping/Hotel Les Jasmin gewezen, het ligt aan de Av. Habib Thameur. Als je een paar woorden (vakantie-) Frans spreekt is communicatie geen probleem. Omdat alle deuren van het hotel en de tuin dicht zijn, besluit Carla er eens flink tegenaan te schoppen, dat helpt direct en een paar minuten later staan we op ons plekje. In de tuin van het hotel met sinasappelbomen. We zijn moe en slapen de volgende morgen lekker uit. |
||
![]() |
Het is prachtig fris weer en tijd om de omgeving eens goed te verkennen. Omdat achterop de bus onze fietsen meereizen, besluiten we om Nabeul te verkennen. Dag 7: Van Nabeul naar Hammamet is het
Mooie medina, met oude stadsmuur en heel veel souvenirwinkels. Het weer is van slag, het waait hard en het begint te regenen zowaar! ’s Middags eten we briq, een dun deeg met daarin tonijn, kaas en een ei; erg lekker. |
|
|
De douches op de camping hebben koud water, maar als je bij Les Jasmins warm wil douchen, dan kan je voor 5 dinar een kamer huren voor een uur. En badderen maar! Het sanitair is in orde (onze standaards liggen ook niet zo hoog). Het restaurant biedt overigens een prima kaart, we genieten van een grote vis en een lekker Tunesisch wijntje. Iets wat de lokale bezoekers ook zeer weten te waarderen. De volgende dag pakken we onze bus om Carthago te bezoeken. Als je een carnet koopt kan je binnen een klein gebied naar: de thermen van Antonius, de oude Punische haven, de Punische begraafplaats, Romeinse villa’s, het theater en de cisternen. Het is wel soms zoeken, maar met wat geduld lukt alles. Iedereen gaat naar de thermen, op de andere locaties is het heel rustig. Zeker de moeite waard. Het zijn erg historische plekken, die ons doen terugdenken aan geschiedenislessen over de Punische oorlogen die de Romeinen voerden tegen de Feniciers. Hun bekendste aanvoerder is Hannibal, je weet wel, die met olifanten over de Alpen trok…..de Romeinen hebben hun handen vol gehad. |
||
![]() |
Woensdag 9 mei gaan we door naar Kairouan, de heilige stad. Via de route richting Sousse en dan rechtsaanhouden (het is daar even zoeken op de kruising) via de RN12 naar onze bestemming. Er is geen camping in deze stad, maar onderweg pikten we van een paar Duitsers op dat het Maison de
De beheerder wijst ons een plekje aan op het ommuurde binnenterrein en haalt een lang snoer tevoorschijn, zodat we ook stroom hebben. Er is geen douche, wel een toilet met wasbak. Van die ruimte krijgen we de sleutel, het is alleen een beetje uitkijken ’s avonds, want de nachtwaker heeft er ook z’n bed staan. Het is gezellig druk op het terrein en de jongens die er sporten, blijven er ook slapen. We zijn de enige buitenlanders en dus worden we uiteraard uitvoerig bekeken. |
|
|
Vooral als we even onder onze “buitendouche” springen! Slang en douchekop aangesloten op de keukenkraan, gaat super. Met de fiets ben je in 5 minuten in de medina. Groot en veel kleine straatjes, die nog een oorspronkelijke sfeer uitstralen. |
||
![]() |
De Grote Moskee of Sidi Okba Moskee is om deze tijd, tegen 5 uur in de middag gesloten, maar biedt ook van buiten in het lage zonlicht een mooi en stoer beeld. Het heeft ook iets van een vesting, met dikke muren en een zwaar gebouwde minaret. | |
|
De volgende dag doen we met de fiets het rondje langs alle bezienswaardigheden. 11 Mei (
De wegen zijn heel goed, de borden kloppen en de temperatuur loopt op naar 36 graden. Camping Club Douz is een wat weidse naam voor deze camping, die wel heel mooi aan de rand van het dorp in de oase ligt. Straatje achter Hotel El Medina. Je staat er in de schaduw van palmbomen en dat geeft een exotisch gevoel. |
||
![]() |
Vanuit Douz maken veel mensen een ritje op een kameel door de Sahara. Er zijn in de “Zone Touristique” een paar prachtige hotels, o.a. Sunpalm, waar we in 2000 eens in het kader van een rondreis hebben overnacht. Verder kan je er genieten van de oase, waar heel veel palmen groeien. Het dorp zelf is niet zo groot, maar heeft een leuk museum waar je kennis kan maken met het leven van de Bedouinen. De volgende dag maken we een fietstocht naar een klein dorp Zaafrane aan de rand van de woestijn. Het is niet ver, wel heet! Veel kamelen gezien en door het zand gebanjerd. Op de camping ontmoeten we Pierre R. en zijn vrouw uit Vancouver Canada. Die met hun complete kampeeruitrusting (tent, stoelen, tafeltje en kookgerei) naar Tunesië waren gevlogen en met een huurauto hetzelfde rondje doen als wij. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. |
| Vandaag de 13e besluiten we (toch) naar Ksar Ghilane te gaan; dat betekent een
stuk weer terug in de richting van Gabes en dan bij El Hamma naar het zuiden
afbuigen. Omdat we dan in de buurt komen van Matmata, gaan we daar ook een
kijkje nemen. Dit dorp staat bekend om haar halfondergrondse huizen en heeft als
decor voor scènes uit de film Star Wars gediend. Tegen een kleine vergoeding
mag je in de huizen een kijkje nemen ook. Lekker koel en heel ruim. Mooie
decoraties, eigenlijk heel bijzonder. Via de heuvels en Tamezret kom je op de
weg naar Ksar Ghilane. Op onze kaart is deze als een track aangegeven, maar het
valt mee: een combinatie van asfalt en grof grind. Kaarsrecht, geen mens te
zien en ruim
|
![]() |
| Halverwege wordt op de km- paaltjes alleen nog maar in het Arabisch de afstand aangegeven; het geeft een verloren gevoel. Waar zijn we eigenlijk aan begonnen?
Wat gaan we aan het einde van deze eindeloze weg vinden? We zijn alleen en vragen ons in stilte af, wat als de VW het begeeft? Die gaat echter als een speer en aan het einde van de weg vinden we het dorpje. Typische stenen langgerekte huizen, met een halfrond dak en zonder ramen aan de buitenzijde. We vragen bij het “tankstation”de weg naar het “Campement Ghilane”: “drie duinen over en rechts aanhouden” is de aanwijzing. Inderdaad moeten we over een zandspoor heen en we merken dat het woestijnzand echt anders is als ons zand aan het strand. Het is super fijn, eigenlijk meer stof. Nu zal blijken of we onze 4 Motion aandrijving niet voor niks hebben! De auto komt er moeiteloos doorheen, het is wel zaak om de snelheid er een beetje in te houden. Maar verder geen probleem. Even voelen we ons deelnemers aan Parijs- Dakar, even maar………… |
|
|
Er blijken hier in de oase vier campings te zijn, we kiezen voor de eerder genoemde. En terecht, want deze blijkt over een warmwater bron te beschikken, met een meertje waar je lekker in kan zwemmen. Warm water in de Sahara….heel apart. Wat ook zeker niet te versmaden is, dat je er onder de Tamarinde bomen heerlijk in de schaduw kan staan. Met uitzicht op de woestijn, bij een parkeerplaats voor kamelen. Verder is er een tent waar je ’s avonds kan eten wat de pot schaft en een terras voor een lokaal biertje. Helemaal goed. Ook de reizigers uit Canada hebben deze plek ontdekt: zie hun tent op de foto boven. We hernieuwen de kennismaking. Verder komen er mensen met Jeeps en dergelijke. De plek is uniek en we genieten er heel erg van. Ook de zonsondergang mag er zijn. Het is echt een plekje om nog eens terug te komen. |
![]() |
![]() |
![]() |
|
| Drie kilometer verderop liggen de ruines van een Romeins grensfort. Ook de Romeinen gingen dus niet verder, zijn we in goed gezelschap. | ||
![]() |
Helaas komt aan ons verblijf hier een einde en “moeten” we weer verder. Terug over die eindeloze weg (volgens het bordje aan het begin van de weg zijn we
|
|
Het rijden gaat lastig, zand blaast over de weg en een kudde kamelen holt met ons mee. Daar moet je wel even voorzichtig mee omgaan, er zitten rare jongens tussen. Na een inspannende rit, met de koplampen aan, komen we in de plaats Kebili, daar kiezen we de weg door het Chott el Jerid – het zoutmeer richting Tozeur. De wind wordt iets minder, de lucht klaart wat op gelukkig. Deze weg is eigenlijk een lange dijk die dwars door het bijna opgedroogde meer is aangelegd. Aan weerskanten soms water, dat een heel eigenaardige paarse kleur heeft. En natuurlijk overal zout! Vreemde kleuren van puur wit, bruin, rood en paars water. Wel heel fotogeniek. Geen fata morgana gezien. |
|
|
We zijn op weg naar Tozeur, om op camping “Les Beaux Reves” te staan. Gemakkelijk te vinden, gelegen tussen het centrum en de weg naar de zone Touristique. Het is een kleine camping, met veel schaduw onder palmbomen. Mooie bloemen. Matig sanitair. Maar dat deert niemand. Er staan wat Duitsers, Zwitsers en een paar Fransen. Nederlanders in geen velde of wegen te zien. In Tozeur willen we ons voorraadje bier en wijn aanvullen. |
![]() |
![]() |
Het Magazin Central schijnt de aangewezen plek te zijn, maar in deze supermarkt vinden we niks van onze gading. Later horen we van de camping eigenaar hoe het zit: achter het Magazin is een ijzeren deurtje en op bepaalde tijden, is die open en kan je daar terecht voor bier en wijn. Wel moet je zorgen dat je een tas bij je hebt, want het moet wel een beetje discreet blijven… | |
|
Vanmiddag pakken we de fietsen weer eens en gaan op weg naar Nefta. De weg loopt pal langs het zoutmeer en gaat over heuveltjes. Met de wind in de rug en op het buitenblad, zijn we na
Bijzonder. We ontmoeten een man die ons het dorp gidst. Ook de palmerie, want daar werkt hij o.a. bij een steenbakkerij. We gaan op bezoek bij een familie in het dorp en bewonderen hun pasgeboren baby. In het centrum nemen we afscheid van deze aardige man en vinden een terrasje waar we thee drinken.
Op de weg terug, vinden we dat de wind wel heel erg tegen ons is, dus Carla regelt een lift bij een pick-up truck die ons fijn en snel weer naar Tozeur terug brengt. Tunesiër zijn gewoon heel aardige, gastvrije en behulpzame mensen, ik zal het nog maar een keer zeggen.
Tozeur heeft een museum waar de geschiedenis van het land en de paleontologische voorgeschiedenis uit de doeken wordt gedaan. Zeker het bezoeken waard. |
||
![]() |
We hebben heel lekker gegeten in restaurant Le Petit Prince, kunnen we aanraden. Ga niet op het terras zitten, tenzij je goed tegen muggen kan. Het is intussen 18 mei en we nemen de fiets naar Degache. Over een weg langs het zoutmeer,
We staan 19 mei vroeg op om naar Gafsa te vertekken, via de RN 3 is dat ca.
Om op camping “Gahlia” te komen, moeten we in het dorp dwars over de weekmarkt, met wat passen en meten lukt dat. Temeer omdat ook hier een jongen op een brommertje zo vriendelijk is om ons even op weg te helpen. Verwijzende bordjes in dit land naar campings, kom je nauwelijks tegen. Dus met veel vragen kom je er. Gafsa is bekend om haar Romeinse baden, maar dat viel ons tegen. Er stond geen druppel water in en toen men daar wat aan ging doen, brak de koppeling in de slang en liep de straat onder in plaats van het oude bad. Tja…. |
|
|
Op de camping worden op houtvuur echt heerlijke pizza’s gebakken; het vuur wordt brandend gehouden door een Bedouinen vrouw in originele kleding. We willen graag foto’s van haar maken, maar dat vindt ze niet goed. Wel mag, na enig aandringen, Carla haar jurk en juwelen aan. Die verkleedpartij levert hilarische momenten op en de mevrouw die eerst niet op de foto wilde, staat intussen met veel verve op wel 6 plaatjes om Carla te verkleden. Dikke pret. Het staat haar goed. Van Gafsa gaan we langs de Algerijnse grens recht naar het noorden, via de RN 15 en 17 komen we in Le Kef na
|
||
|
We zijn op weg naar Dougga, via de RN5 richting Tunis. Dougga is een grote Romeinse ruïnestad. Het ligt op
Zo gezegd zo gedaan, binnen een half uur zijn we op pad en komen bij de ingang aan de kant van het theater. Mooi uitzicht en we slaan hier ons kamp op. |
![]() |
|
| Dougga is een mooie site waar nog heel veel overeind staat en waar je ongestoord heerlijk kan ronddwalen. | ||
![]() |
![]() |
|
|
Aan het eind van de ochtend, als we genoeg “Romeins” gezien hebben, gaan we verder naar het noorden. Het doel is Tabarka aan de Middellandse Zee. De weg gaat door een “ frans” landschap met heuvels en bergen, groen en met bossen begroeid. Er staan op sommige plekken zelfs bordjes die waarschuwen voor “neige”; kunnen we ons weinig bij voorstellen. De huizen zien er hier ook anders uit, met dakpannen en overhangende goten. Tabarka blijkt een kleine plaats te zijn met een vissershaven en een Port de Plaisir. Bij de havenmeester(es) vragen we of er mogen overnachten; geen probleem en er is stroom ook. Op 22 mei luieren we wat op het strand. De temperatuur is zeer aangenaam en we kopen souvenirs: koraal.
|
||
![]() |
![]() |
|
| Omdat we ook nog naar Bizerte willen, gaan we via Beja door
het binnenland naar die stad. Prachtige heuvels, een schitterend groen landschap
met veel agrarische activiteit. Met recht de graanschuur van het land. Veel
wegen zijn hier in aanleg, dat kost wat tijd.
|
||
![]() |
Op een locale markt onderweg doen we boodschappen. We rijden door naar de jachthaven van Bizerte en hopen om net als in Tabarka daar een plekje te vinden, want een camping is er niet. Dat lukt hier van geen kanten. Noch de Garde National, noch de beheerder lijken mee te willen werken. We houden het voor gezien en gaan langs de kust naar Raf Raf. Volgens onze gids moet hier een mooi strand zijn. Klopt ook, maar biedt een slechte plek om te overnachten. We rijden op goed geluk een paar kilometer door naar een dorpje dat Ghar el Mehl heet. Hier is de Garde National wel aanspreekbaar en mogen we in de oude vissershaven staan. Onder een grote Eucalyptusboom op een plaatsje met een mooi uitzicht op de kleine haven. Er zijn drie oude forten. Geen andere toeristen dan wij. Er komt volgens ons hier ook geen mens. |
|
|
Het gevolg is dat het halve dorp langskomt om een blik op ons te werpen – figuurlijk dan. Er wordt nog gevist met roeiboten of met boten met een eencilinder Lister motortje. Heel ontspannen plek. Zeer de moeite waard. We hebben intussen
Met de fiets gaan we op onderzoek uit naar de oude stad Utica. Mooie tocht en aardig museum. Deze stad lag in de Punische tijd aan zee, nu een paar kilometer landinwaarts. Onderweg – het lijkt erg op Nederland, zien we ooievaars. |
||
![]() |
Op 25 mei gaan we op pad naar Nabeul, omdat we aan het einde van onze trip komen en via
Als je van hier uit via de Autoroute naar
In de haven zijn er nauwelijks aanwijzingen, het komt op een beetje geluk aan en wat hulp van de localen, die graag een centje bijverdienen. De boot vertrekt om 23.00 uur en we zijn blij dat we een hut geboekt hebben. Ook ons hondje Pepper is moe en we gaan heerlijk slapen. We nemen afscheid van dit land dat ons zeer gastvrij gezind was en waar we heerlijk op eenvoudige campings en ook vrij hebben kunnen genieten van het land, de inwoners, het landschap en de cultuur. |
|
| ITALIE | ||
![]() |
We zijn zondagochtend om 10:15 in de haven van Palermo en de douane vindt ook dat het zondag is, het duurt tot na 11:00 uur voordat we aan land staan. We nemen de A29 naar Marinella aan de zuidkust van Sicilië, want we willen naar Selinunte. Het is echt anders om weer in Europa over een snelweg te rijden en rekening te moeten houden met het ego van de Italiaanse automobilisten. Wat rijden de Tunesiërs dan netjes! |
|
|
Selinunte was een van de belangrijkste Griekse steden op dit eiland. Het werd in de 7e eeuw voor Chr. gesticht. We vinden een plekje op een kleine gastvrije camping “Il Maggiolino”. De eigenaar woont er samen met z’n oude moeder, een krasse dame van in de tachtig die heerlijke marmelade maakt en nog in haar Fiat Panda rondtoert. We gebruiken het avondeten bij hem samen met een Frans stel, dat ook met een VW T5 op pad is. De zwaardvis smaakt heerlijk. De wijn ook. Vanuit deze plek ben je in drie minuten fietsen op de site. Dat doen we dan ook 28 mei. Zoals je op de foto ziet, niet verkeerd, hè! |
||
![]() |
![]() |
|
|
reemd genoeg verandert het weer, het gaat waaien en het wordt koud. Nog net niet de standkachel moeten gebruiken, maar het scheelde niet veel. We gaan door richting de Etna. Onderweg hoorden we al dat de vulkaan weer eens was uitgebarsten en dat wilden we graag zien ook. We kennen de Vesuvius en op Java zagen we werkende vulkanen, maar de Etna moet toch iets bijzonders zijn. We rijden via Siacca, Agrigento, Caltanisetta, Enna, Catania via de A18. Afrit Fiumefreddo brengt ons naar Calatabiano. Op camping “Almoetia” vinden we een plek op gras (!) met uitzicht op de vulkaan. Er staat een grote groep Duitse campers, die in groepsverband reizen. De camping is dicht bij het strand, maar dat stelt nog niet veel voor. Omdat we denken dat we dicht bij het mooie plaatsje Taormina zijn, pakken we nog even de fiets. Maar komen er dan achter dat het dorp boven op een steile berg ligt. Phuuuh…met uitzicht op een droombaai. Het dorp heeft een mooie Normandische kerk. Gaaf. Het is de moeite waard. |
||
![]() |
||
![]() |
De volgende dag doen we met de bus een rondje om de Etna. De Refugio Citelli ligt op
De auto is intussen aardig stoffig geworden met een mix van Sahara zand en Etna stof met alles ertussen door. |
|
|
Op 13 mei moet het er dan van komen, we rijden de route “Etna sud” naar de Refugio Spazienza. Hier met de kabelbaan naar
Gelukkig hebben we ons dik aangekleed en onze bergschoenen aangetrokken. |
||
![]() |
Het levert heel mooie plaatjes op en we realiseren ons dat
de aarde hier leeft, stoomt, rookt en beweegt. Er zijn oudere en jonge kraters,
wel driehonderd in getal. De Etna maakt steeds weer nieuwe uitgangen voor lava.
Het is geen goedkoop uitje ( € 48,00 p.p.), maar wel erg de moeite waard. |
|
|
Op 1 juni houden we een rust en rommeldag. Boodschappen doen, een wasje en opruimen. Zo af en toe is dat geen luxe; de California is niet groot en anders wordt het een zooitje. De teller staat op
De volgende dag gaan we naar Messina en met het veer naar het vaste land. De Italianen dringen erg voor en het is zaak om geen deuk op te lopen. We pakken de A3 richting Salerno en rijden door naar Pompei om op camping Zeus te staan. Naast de opgraving, dus heel gemakkelijk. Het regent soms hard en het is druk op de camping, er staan veel campers, we moeten even aan de drukte wennen, na die weken van betrekkelijke rust. Te voet naar de ingang en toegang is vanmiddag gratis! Pompei is indrukwekkend. Vooral de muurschilderingen vinden we mooi. Het is echt een internationale trekpleister en je hoort er alle talen van de wereld. |
||
![]() |
De volgende dag nog steeds regen en we willen naar Herculaneum. Die site kennen we nog niet. Het ligt temidden van het plaatsje Herculaneum en hoewel er bordjes naar verwijzen, is het lastig te vinden. Schuin tegenover de ingang is een Politiebureau met een parking erachter. Goede plek. Omdat de gemeentelijke reiniging staakt, ligt overal een berg vuilniszakken. Soms drijven er zakken door de straat in het regenwater. Het is niet erg fraai. De site is dat wel. Veel kleiner dan Pompei, maar beter onderhouden en wat opvalt: er zijn huizen waar de verdieping nog op staat. Ook is er nog oorspronkelijk hout te zien. Het is mooi gerestaureerd. |
|
![]() |
We vinden dat we de regen uit moeten ( het is in Nederland prachtig weer..) en rijden de volgende dag richting Toscane om te overnachten op een typische ressortcamping met alles erop en eraan. Ter kennismaking worden we eerst rondgereden in een golfkarretje. Het is er vol. Er zijn drie restaurants, zwembaden en alles wat de verwende gast zich kan wensen. Eigenlijk niet onze keuze, maar we blijven toch maar een nachtje. Op 4 juni gaan we door naar het noorden en rijden via Firenze langs het Gardameer naar Rovereto Sud. Daar van de autoweg af omdat we in de bergen in Polsa op
In het dorp lekker lokaal gegeten. |
|
|
De op een na laatste etappe van Noord Italië, via Oostenrijk naar Schwarzenau aan de Main, gaat soepeltjes. De volgende dag zijn we weer thuis.
Totaal hebben we
De auto is geweldig, het bed comfortabel en als je niet te veel meeneemt, heb je met z’n tweeën en een klein hondje erbij, ruimte genoeg. Het mooie is dat de auto niet meteen als camper wordt herkend, door kleur en beperkte afmeting. Dat verlaagt vaak de drempel als je op plaatsen wil staan, die niet meteen als camping zijn aangeduid. De auto is onopvallend en dat heeft zijn voordelen. Behalve diesel, in Tunesië kost dat € 0,79 per liter, heeft de auto een liter olie verbruikt. De ervaringen in Tunesië zijn echt positief en we kunnen het iedereen aanraden die zin heeft in een reis die ook wat avontuur te bieden heeft. Financieel is het ook zeker te doen. Je moet wel bereid zijn om van de gebaande wegen af te wijken, maar dan heb je ook een mooie tocht te pakken. Sicilië is het toetje , dat je zeker niet moet missen.
Carla en Huub Slokker |
![]() |
|