Met de VW T5 California naar Tunesië en Sicilië
Een verslag
Sinds december 2006 zijn we de gelukkige bezitters van een VW T5 California, bouwjaar 2005 en dus willen we heel beslist een bestemming voor onze zomervakantie die er naar ons idee goed bij past:

 

  • eerst een lekker eind rijden
  • dan een land met veel afwisseling wat landschap betreft
  • uitdagende routes
  • waar (op de meeste plaatsen niet veel toeristen komen)
  • waar we mogelijkheden zouden hebben om vrij te staan
  • waar het klimaat aangenaam is
  • en waar land en cultuur een goede mix vormen

Tunesië voldoet daaraan, zeker in de periode waarin we gaan: begin mei t/m 1e week juni 2007.

Kortom, we beginnen met de voorbereidingen voor het volgende plan:

We willen vanuit Sicilië oversteken naar Tunis. Het Internet biedt wel informatie over veerdiensten, maar zodra je ergens iets gaat invullen, treedt er een storing op. Het kan incidenteel geweest zijn. Toch willen we vooraf een ticket voor de overtocht. Dan maar de NKC gebeld. Je bent tenslotte lid, niet waar? Die hadden geen idee…. Dan de ANWB, zijn we ook lid van, maar die verwijzen naar een bedrijf in Putten; waar de telefoonbeantwoorder aangeeft dat ze voor deze service doorverwijzen naar Voigt Travel in Naarden. Deze weten waar ze het over hebben en handelen de zaak professioneel af. Tickets gekocht om met “Grimaldi” van Palermo naar Tunis te varen en v.v. De boot gaat een keer per week, op zaterdag. Heen geen hut omdat we overdag varen, retour wel (nachtelijke overtocht).

We vertrekken op 1 mei in de middag.

De eerste overnachting is op “Campingplatz Eisenbachtal”. Afslag Montabaur op de A3 Keulen-Frankfurt. De eigenaar is Herr Siegfried Wolf die vertelde veel in Afrika te hebben rondgereisd op de motor en Tunesië goed kende. In een nabijgelegen meertje zouden ijsvogels zitten……

De volgende dag vroeg op en we zijn dan om 13:00 bij de Oostenrijkse grens. De rit over de Duitse Autobahn is echt een plezier. De 5 cilinder TDI heeft er zin in en we rijden wat snelheid betreft gewoon met de personenauto’s mee. Snelheden van 160 of iets meer zijn geen probleem.

Om 18:30 zijn we in Italië in het plaatsje Rioveggio op camping Riva del Setta. De teller staat dan op 1397 km . De hemel is betrokken, maar het blijft wel droog.

We schieten goed op en zijn de volgende dag ’s avonds in zuid Italië op camping San Fantimo in Lido de Palmi: in een bos hoog boven een baai. Mooi uitzicht. Deze dag 995 km gereden. Van het thuisfront horen we dat de Etna weer eens uitgebarsten is! Dat bewaren we voor de terugweg.

Omdat we niet ver van Reggio di Calabria zitten, doen we het rustig aan en gaan om 11:00 met de veerpont over naar Messina. Het waait en de zee is ruig. Kosten € 40,00 voor een retour. We herkennen de oude veerponten Koningin Beatrix en Prins Friso, die vroeger over de Zeeuwse wateren heen en weer voeren. Ze doen het hier ook goed.

We rijden langs de noordkant van het eiland Sicilië naar Isola delle Femmine naar camping “ La Playa ”. Dat is iets voorbij Palermo aan de kust. Van enig strandleven is nog niets te zien, het is te vroeg in het seizoen. Het aantal toeristen onderweg neemt ook zienderogen af. Nederlanders zijn intussen heel schaars geworden, wel wat Italianen uiteraard, een paar Duitsers en een enkele Zwitser.

Het is zaterdag 5 mei en we zijn vroeg op, omdat we het gevoel hebben dat Palermo wel eens lastig kan zijn. De weg door de stad naar de “porto” is redelijk aangegeven, toch mis ik een bordje en moeten we met hulp van ons navigatiesysteem van VDO Dayton in de haven belanden. Lukt. Na wat gevraag en gezoek vinden we het incheck bureau van Grimaldi (aan de kade verstopt achter wat bomen) en vandaar 100 meter verderop blijkt de douane te huizen. We zijn de enige toeristen, alleen wat Italianen en Tunesiërs die de overtocht maken. De boot vertrekt om 11:00 uur, een uur te laat. Wat organisatie betreft is het prut en kunnen ze hier wat van de Grieken leren, die o.a. tussen Ancona en Patras varen!


TUNESIE

We komen in de avond in La Goulette (de haven van Tunis) aan. Dat is een heel gedoe, want je verlaat Europa en komt een ander continent binnen en de jongens van de douane willen dat er geen fouten worden gemaakt (!). Dat kost al met al een blikje Heineken bier…. En 1,5 uur en zijn we erdoor. Het is intussen donker geworden. Volgens de informatie uit het landenboekje van de ANWB is er in Tunesië een uur tijdsverschil. We komen er na een week achter…..dat er helemaal geen tijdsverschil is!! Op het haventerrein is er nog een bankkantoortje open en kunnen we dinars kopen. Dan gaan we op weg. Eerst moeten we aan de wegen wennen en aan de bewegwijzering en vervolgens komen we in het drukke zaterdagavondverkeer van Tunis terecht, kortom: het is even zweten.

We willen naar Nabeul, dus via de (enige) autoroute met tol die Tunesië rijk is. Al met al komt het voorelkaar en bij Grombalia pakken we de RN 27. Volgende keer is het beter de autoroute te blijven volgen en via Hammamet naar Nabeul te rijden. Het is intussen aardedonker en we komen erachter dat in elk dorp verkeersdrempels standaard zijn. Daar kan je dus NIET met 60 overheen! In Nabeul heeft een aardige politieagent ons de weg naar Camping/Hotel Les Jasmin gewezen, het ligt aan de Av. Habib Thameur. Als je een paar woorden (vakantie-) Frans spreekt is communicatie geen probleem. Omdat alle deuren van het hotel en de tuin dicht zijn, besluit Carla er eens flink tegenaan te schoppen, dat helpt direct en een paar minuten later staan we op ons plekje. In de tuin van het hotel met sinasappelbomen. We zijn moe en slapen de volgende morgen lekker uit.

Het is prachtig fris weer en tijd om de omgeving eens goed te verkennen. Omdat achterop de bus onze fietsen meereizen, besluiten we om Nabeul te verkennen.

Dag 7: Van Nabeul naar Hammamet is het 17 km fietsen, de weg loopt parallel aan de kust. Hammamet is super toeristisch en we worden vrijwel meteen aangesproken door Nederlanders die zich afvragen of we “op die Batavussen waren komen fietsen”.

Mooie medina, met oude stadsmuur en heel veel souvenirwinkels. Het weer is van slag, het waait hard en het begint te regenen zowaar! ’s Middags eten we briq, een dun deeg met daarin tonijn, kaas en een ei; erg lekker.

De douches op de camping hebben koud water, maar als je bij Les Jasmins warm wil douchen, dan kan je voor 5 dinar een kamer huren voor een uur. En badderen maar! Het sanitair is in orde (onze standaards liggen ook niet zo hoog). Het restaurant biedt overigens een prima kaart, we genieten van een grote vis en een lekker Tunesisch wijntje. Iets wat de lokale bezoekers ook zeer weten te waarderen.

De volgende dag pakken we onze bus om Carthago te bezoeken. Als je een carnet koopt kan je binnen een klein gebied naar: de thermen van Antonius, de oude Punische haven, de Punische begraafplaats, Romeinse villa’s, het theater en de cisternen. Het is wel soms zoeken, maar met wat geduld lukt alles. Iedereen gaat naar de thermen, op de andere locaties is het heel rustig. Zeker de moeite waard. Het zijn erg historische plekken, die ons doen terugdenken aan geschiedenislessen over de Punische oorlogen die de Romeinen voerden tegen de Feniciers. Hun bekendste aanvoerder is Hannibal, je weet wel, die met olifanten over de Alpen trok…..de Romeinen hebben hun handen vol gehad.

 

Woensdag 9 mei gaan we door naar Kairouan, de heilige stad. Via de route richting Sousse en dan rechtsaanhouden (het is daar even zoeken op de kruising) via de RN12 naar onze bestemming.

Er is geen camping in deze stad, maar onderweg pikten we van een paar Duitsers op dat het Maison de la Jeunesse overnachtingsmogelijkheden biedt. Een jongen op een brommer is zo vriendelijk even vooruit te rijden. Het adres is: Rue de Fez.

De beheerder wijst ons een plekje aan op het ommuurde binnenterrein en haalt een lang snoer tevoorschijn, zodat we ook stroom hebben. Er is geen douche, wel een toilet met wasbak. Van die ruimte krijgen we de sleutel, het is alleen een beetje uitkijken ’s avonds, want de nachtwaker heeft er ook z’n bed staan.

Het is gezellig druk op het terrein en de jongens die er sporten, blijven er ook slapen. We zijn de enige buitenlanders en dus worden we uiteraard uitvoerig bekeken.

Vooral als we even onder onze “buitendouche” springen! Slang en douchekop aangesloten op de keukenkraan, gaat super.

Met de fiets ben je in 5 minuten in de medina. Groot en veel kleine straatjes, die nog een oorspronkelijke sfeer uitstralen.

De Grote Moskee of Sidi Okba Moskee is om deze tijd, tegen 5 uur in de middag gesloten, maar biedt ook van buiten in het lage zonlicht een mooi en stoer beeld. Het heeft ook iets van een vesting, met dikke muren en een zwaar gebouwde minaret.

De volgende dag doen we met de fiets het rondje langs alle bezienswaardigheden.

11 Mei ( 3160 km gereden) gaan we op pad recht naar het zuiden over de RN2 naar Gabes, dat is 180 km , vandaar over de RN16 naar Kebili en naar onze bestemming Douz (nog een goede 150 km rijden).

De wegen zijn heel goed, de borden kloppen en de temperatuur loopt op naar 36 graden. Camping Club Douz is een wat weidse naam voor deze camping, die wel heel mooi aan de rand van het dorp in de oase ligt. Straatje achter Hotel El Medina. Je staat er in de schaduw van palmbomen en dat geeft een exotisch gevoel.

 

Vanuit Douz maken veel mensen een ritje op een kameel door de Sahara. Er zijn in de “Zone Touristique” een paar prachtige hotels, o.a. Sunpalm, waar we in 2000 eens in het kader van een rondreis hebben overnacht. Verder kan

je er genieten van de oase, waar heel veel palmen groeien. Het dorp zelf is niet zo groot, maar heeft een leuk museum waar je kennis kan maken met het leven van de Bedouinen.

De volgende dag maken we een fietstocht naar een klein dorp Zaafrane aan de rand van de woestijn. Het is niet ver, wel heet!

Veel kamelen gezien en door het zand gebanjerd.

Op de camping ontmoeten we Pierre R. en zijn vrouw uit Vancouver Canada. Die met hun complete kampeeruitrusting (tent, stoelen, tafeltje en kookgerei) naar Tunesië waren gevlogen en met een huurauto hetzelfde rondje doen als wij. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt.

Vandaag de 13e besluiten we (toch) naar Ksar Ghilane te gaan; dat betekent een stuk weer terug in de richting van Gabes en dan bij El Hamma naar het zuiden afbuigen. Omdat we dan in de buurt komen van Matmata, gaan we daar ook een kijkje nemen. Dit dorp staat bekend om haar halfondergrondse huizen en heeft als decor voor scènes uit de film Star Wars gediend. Tegen een kleine vergoeding mag je in de huizen een kijkje nemen ook. Lekker koel en heel ruim. Mooie decoraties, eigenlijk heel bijzonder. Via de heuvels en Tamezret kom je op de weg naar Ksar Ghilane. Op onze kaart is deze als een track aangegeven, maar het valt mee: een combinatie van asfalt en grof grind. Kaarsrecht, geen mens te zien en ruim 80 km lang.
Halverwege wordt op de km- paaltjes alleen nog maar in het Arabisch de afstand aangegeven; het geeft een verloren gevoel. Waar zijn we eigenlijk aan begonnen?

Wat gaan we aan het einde van deze eindeloze weg vinden? We zijn alleen en vragen ons in stilte af, wat als de VW het begeeft? Die gaat echter als een speer en aan het einde van de weg vinden we het dorpje. Typische stenen langgerekte huizen, met een halfrond dak en zonder ramen aan de buitenzijde.

We vragen bij het “tankstation”de weg naar het “Campement Ghilane”: “drie duinen over en rechts aanhouden” is de aanwijzing. Inderdaad moeten we over een zandspoor heen en we merken dat het woestijnzand echt anders is als ons zand aan het strand. Het is super fijn, eigenlijk meer stof. Nu zal blijken of we onze 4 Motion aandrijving niet voor niks hebben! De auto komt er moeiteloos doorheen, het is wel zaak om de snelheid er een beetje in te houden. Maar verder geen probleem. Even voelen we ons deelnemers aan Parijs- Dakar, even maar…………

Er blijken hier in de oase vier campings te zijn, we kiezen voor de eerder genoemde. En terecht, want deze blijkt over een warmwater bron te beschikken, met een meertje waar je lekker in kan zwemmen. Warm water in de Sahara….heel apart.

Wat ook zeker niet te versmaden is, dat je er onder de Tamarinde bomen heerlijk in de schaduw kan staan. Met uitzicht op de woestijn, bij een parkeerplaats voor kamelen.

Verder is er een tent waar je ’s avonds kan eten wat de pot schaft en een terras voor een lokaal biertje. Helemaal goed. Ook de reizigers uit Canada hebben deze plek ontdekt: zie hun tent op de foto boven. We hernieuwen de kennismaking. Verder komen er mensen met Jeeps en dergelijke.

De plek is uniek en we genieten er heel erg van. Ook de zonsondergang mag er zijn. Het is echt een plekje om nog eens terug te komen.

Drie kilometer verderop liggen de ruines van een Romeins grensfort. Ook de Romeinen gingen dus niet verder, zijn we in goed gezelschap.

Helaas komt aan ons verblijf hier een einde en “moeten” we weer verder. Terug over die eindeloze weg (volgens het bordje aan het begin van de weg zijn we 146 km van Douz) en net als we op pad zijn, verandert er iets in de atmosfeer. Er steekt een zandstorm op! De lucht krijgt een roze- grauwe kleur, de zon ziet er flets uit en het waait echt hard. Als we even stoppen, kunnen we met moeite tegen de wind in het voorportier openen. Ik schat windkracht 8 of >? Geen rukwinden, maar een soort constante winddruk.

Het rijden gaat lastig, zand blaast over de weg en een kudde kamelen holt met ons mee. Daar moet je wel even voorzichtig mee omgaan, er zitten rare jongens tussen. Na een inspannende rit, met de koplampen aan, komen we in de plaats Kebili, daar kiezen we de weg door het Chott el Jerid – het zoutmeer richting Tozeur.

De wind wordt iets minder, de lucht klaart wat op gelukkig.

Deze weg is eigenlijk een lange dijk die dwars door het bijna opgedroogde meer is aangelegd. Aan weerskanten soms water, dat een heel eigenaardige paarse kleur heeft. En natuurlijk overal zout! Vreemde kleuren van puur wit, bruin, rood en paars water. Wel heel fotogeniek. Geen fata morgana gezien.

We zijn op weg naar Tozeur, om op camping “Les Beaux Reves” te staan. Gemakkelijk te vinden, gelegen tussen het centrum en de weg naar de zone Touristique. Het is een kleine camping, met veel schaduw onder palmbomen. Mooie bloemen. Matig sanitair. Maar dat deert niemand.

Er staan wat Duitsers, Zwitsers en een paar Fransen. Nederlanders in geen velde of wegen te zien.

In Tozeur willen we ons voorraadje bier en wijn aanvullen.

 

Het Magazin Central schijnt de aangewezen plek te zijn, maar in deze supermarkt vinden we niks van onze gading. Later horen we van de camping eigenaar hoe het zit: achter het Magazin is een ijzeren deurtje en op bepaalde tijden, is die open en kan je daar terecht voor bier en wijn. Wel moet je zorgen dat je een tas bij je hebt, want het moet wel een beetje discreet blijven…

Vanmiddag pakken we de fietsen weer eens en gaan op weg naar Nefta. De weg loopt pal langs het zoutmeer en gaat over heuveltjes. Met de wind in de rug en op het buitenblad, zijn we na 24 km en in no time in Nefta. Dat is beroemd om haar huizen die in geelachtige baksteen zijn opgetrokken met muren waarin mooie patronen zijn verwerkt.

Bijzonder. We ontmoeten een man die ons het dorp gidst. Ook de palmerie, want daar werkt hij o.a. bij een steenbakkerij. We gaan op bezoek bij een familie in het dorp en bewonderen hun pasgeboren baby. In het centrum nemen we afscheid van deze aardige man en vinden een terrasje waar we thee drinken.

 

Op de weg terug, vinden we dat de wind wel heel erg tegen ons is, dus Carla regelt een lift bij een pick-up truck die ons fijn en snel weer naar Tozeur terug brengt.

Tunesiër zijn gewoon heel aardige, gastvrije en behulpzame mensen, ik zal het nog maar een keer zeggen.

 

Tozeur heeft een museum waar de geschiedenis van het land en de paleontologische voorgeschiedenis uit de doeken wordt gedaan. Zeker het bezoeken waard.

We hebben heel lekker gegeten in restaurant Le Petit Prince, kunnen we aanraden. Ga niet op het terras zitten, tenzij je goed tegen muggen kan.

Het is intussen 18 mei en we nemen de fiets naar Degache. Over een weg langs het zoutmeer, 18 km v.v.

We staan 19 mei vroeg op om naar Gafsa te vertekken, via de RN 3 is dat ca. 135 km .

Om op camping “Gahlia” te komen, moeten we in het dorp dwars over de weekmarkt, met wat passen en meten lukt dat. Temeer omdat ook hier een jongen op een brommertje zo vriendelijk is om ons even op weg te helpen. Verwijzende bordjes in dit land naar campings, kom je nauwelijks tegen. Dus met veel vragen kom je er. Gafsa is bekend om haar Romeinse baden, maar dat viel ons tegen. Er stond geen druppel water in en toen men daar wat aan ging doen, brak de koppeling in de slang en liep de straat onder in plaats van het oude bad.

Tja….

Op de camping worden op houtvuur echt heerlijke pizza’s gebakken; het vuur wordt brandend gehouden door een Bedouinen vrouw in originele kleding. We willen graag foto’s van haar maken, maar dat vindt ze niet goed. Wel mag, na enig aandringen, Carla haar jurk en juwelen aan. Die verkleedpartij levert hilarische momenten op en de mevrouw die eerst niet op de foto wilde, staat intussen met veel verve op wel 6 plaatjes om Carla te verkleden. Dikke pret. Het staat haar goed.

Van Gafsa gaan we langs de Algerijnse grens recht naar het noorden, via de RN 15 en 17 komen we in Le Kef na 226 km . Dat ligt op een steile berg, dus met een prachtig uitzicht over het omliggende land. Verder heeft deze plaats niet veel te bieden.

 

We zijn op weg naar Dougga, via de RN5 richting Tunis. Dougga is een grote Romeinse ruïnestad. Het ligt op 570 meter hoogte in de bergen van Teboursouk. Het heeft een Numidische oorsprong. Aan de toegangsweg vlak bij de ingang ligt restaurant Mercure. Hier gelunched en we mogen op de binnenplaats ons busje neerzetten. Warm en er zijn dazen. Die zijn lastig en ze steken gemeen. Omdat we nieuwsgierig zijn, gaan we even met de fiets naar de ingang van de site. Daar komen we met de beheerder en een politie- agent in contact, die ons adviseren om de auto te verplaatsen naar de andere ingang – 12 km verderop. Reden: geen last van dazen en het is er veel frisser.

Zo gezegd zo gedaan, binnen een half uur zijn we op pad en komen bij de ingang aan de kant van het theater. Mooi uitzicht en we slaan hier ons kamp op.

Dougga is een mooie site waar nog heel veel overeind staat en waar je ongestoord heerlijk kan ronddwalen.

Aan het eind van de ochtend, als we genoeg “Romeins” gezien hebben, gaan we verder naar het noorden.

Het doel is Tabarka aan de Middellandse Zee. De weg gaat door een “ frans” landschap met heuvels en bergen, groen en met bossen begroeid. Er staan op sommige plekken zelfs  bordjes die waarschuwen voor “neige”; kunnen we ons weinig bij voorstellen. De huizen zien er hier ook anders uit, met dakpannen en overhangende goten.

Tabarka blijkt een kleine plaats te zijn met een vissershaven en een Port de Plaisir. Bij de havenmeester(es) vragen we of er mogen overnachten; geen probleem en er is stroom ook.

Op 22 mei luieren we wat op het strand. De temperatuur is zeer aangenaam en we kopen souvenirs: koraal.

 

Omdat we ook nog naar Bizerte willen, gaan we via Beja door het binnenland naar die stad. Prachtige heuvels, een schitterend groen landschap met veel agrarische activiteit. Met recht de graanschuur van het land. Veel wegen zijn hier in aanleg, dat kost wat tijd.  

 

Op een locale markt onderweg doen we boodschappen.

We rijden door naar de jachthaven van Bizerte en hopen om net als in Tabarka daar een plekje te vinden, want een camping is er niet. Dat lukt hier van geen kanten. Noch de Garde National, noch de beheerder lijken mee te willen werken. We houden het voor gezien en gaan langs de kust naar Raf Raf. Volgens onze gids moet hier een mooi strand zijn. Klopt ook, maar biedt een slechte plek om te overnachten. We rijden op goed geluk een paar kilometer door naar een dorpje dat Ghar el Mehl heet. Hier is de Garde National wel aanspreekbaar en mogen we in de oude vissershaven staan. Onder een grote Eucalyptusboom op een plaatsje met een mooi uitzicht op de kleine haven. Er zijn drie oude forten. Geen andere toeristen dan wij. Er komt volgens ons hier ook geen mens.

Het gevolg is dat het halve dorp langskomt om een blik op ons te werpen – figuurlijk dan.

Er wordt nog gevist met roeiboten of met boten met een eencilinder Lister motortje. Heel ontspannen plek. Zeer de moeite waard.

We hebben intussen 4960 km gereden.

Met de fiets gaan we op onderzoek uit naar de oude stad Utica. Mooie tocht en aardig museum. Deze stad lag in de Punische tijd aan zee, nu een paar kilometer landinwaarts. Onderweg – het lijkt erg op Nederland, zien we ooievaars.

Op 25 mei gaan we op pad naar Nabeul, omdat we aan het einde van onze trip komen en via La Goulette , de haven van Tunis, op zaterdag 26 mei ’s avonds weer met de boot mee moeten naar Palermo. Deze boot vaart trouwens een keer per week, je mag hem dus niet missen.

Als je van hier uit via de Autoroute naar La Goulette wil, kom je door Tunis heen en het is zaak om NIET in Tunis het viaduct op te rijden, maar rechts ervan te houden. Volg de borden La Goulette en bij kruising met stoplichten rechtsaf langs het treinstation. Volg dan de borden “Station Maritime”. Op rotonde rechtsaf. Einde weg richting “P en parkeer bij havengebouw en ga overdekt naar boven naar de eerste verdieping, naar de incheckbalie van d’Allessandro. Krijg daar je boardingpassen en rij terug naar het hek met: “embarquement terminal 7 en 6” .

In de haven zijn er nauwelijks aanwijzingen, het komt op een beetje geluk aan en wat hulp van de localen, die graag een centje bijverdienen. De boot vertrekt om 23.00 uur en we zijn blij dat we een hut geboekt hebben. Ook ons hondje Pepper is moe en we gaan heerlijk slapen. We nemen afscheid van dit land dat ons zeer gastvrij gezind was en waar we heerlijk op eenvoudige campings en ook vrij hebben kunnen genieten van het land, de inwoners, het landschap en de cultuur.

ITALIE

We zijn zondagochtend om 10:15 in de haven van Palermo en de douane vindt ook dat het zondag is, het duurt tot na 11:00 uur voordat we aan land staan.

We nemen de A29 naar Marinella aan de zuidkust van Sicilië, want we willen naar Selinunte. Het is echt anders om weer in Europa over een snelweg te rijden en rekening te moeten houden met het ego van de Italiaanse automobilisten. Wat rijden de Tunesiërs dan netjes!

Selinunte was een van de belangrijkste Griekse steden op dit eiland. Het werd in de 7e eeuw voor Chr. gesticht.

We vinden een plekje op een kleine gastvrije camping “Il Maggiolino”. De eigenaar woont er samen met z’n oude moeder, een krasse dame van in de tachtig die heerlijke marmelade maakt en nog in haar Fiat Panda rondtoert.

We gebruiken het avondeten bij hem samen met een Frans stel, dat ook met een VW T5 op pad is. De zwaardvis smaakt heerlijk. De wijn ook.

Vanuit deze plek ben je in drie minuten fietsen op de site.

Dat doen we dan ook 28 mei. Zoals je op de foto ziet, niet verkeerd, hè!

reemd genoeg verandert het weer, het gaat waaien en het wordt koud. Nog net niet de standkachel moeten gebruiken, maar het scheelde niet veel.

We gaan door richting de Etna. Onderweg hoorden we al dat de vulkaan weer eens was uitgebarsten en dat wilden we graag zien ook. We kennen de Vesuvius en op Java zagen we werkende vulkanen, maar de Etna moet toch iets bijzonders zijn.

We rijden via Siacca, Agrigento, Caltanisetta, Enna, Catania via de A18. Afrit Fiumefreddo brengt ons naar Calatabiano. Op camping “Almoetia” vinden we een plek op gras (!) met uitzicht op de vulkaan. Er staat een grote groep Duitse campers, die in groepsverband reizen. De camping is dicht bij het strand, maar dat stelt nog niet veel voor.

Omdat we denken dat we dicht bij het mooie plaatsje Taormina zijn, pakken we nog even de fiets. Maar komen er dan achter dat het dorp boven op een steile berg ligt. Phuuuh…met uitzicht op een droombaai. Het dorp heeft een mooie Normandische kerk. Gaaf.

Het is de moeite waard.

 

De volgende dag doen we met de bus een rondje om de Etna. De Refugio Citelli ligt op 1750 meter hoogte. Onderweg zien we oude en verse lava. Het is echt spannend.

De auto is intussen aardig stoffig geworden met een mix van Sahara zand en Etna stof met alles ertussen door.

Op 13 mei moet het er dan van komen, we rijden de route “Etna sud” naar de Refugio Spazienza. Hier met de kabelbaan naar 1900 meter hoogte. Met een gids ga je verder in 4x4’s naar 2600 meter . Het is zeer spectaculair, temeer omdat het weer kraak helder is en de vulkaan intussen aardig rookt. Er ligt op deze hoogte sneeuw, het waait en het is snijdend koud.

Gelukkig hebben we ons dik aangekleed en onze bergschoenen aangetrokken.

Het levert heel mooie plaatjes op en we realiseren ons dat de aarde hier leeft, stoomt, rookt en beweegt. Er zijn oudere en jonge kraters, wel driehonderd in getal. De Etna maakt steeds weer nieuwe uitgangen voor lava.

Het is geen goedkoop uitje ( € 48,00 p.p.), maar wel erg de moeite waard.

Op 1 juni houden we een rust en rommeldag. Boodschappen doen, een wasje en opruimen. Zo af en toe is dat geen luxe; de California is niet groot en anders wordt het een zooitje.

De teller staat op 5858 km .

De volgende dag gaan we naar Messina en met het veer naar het vaste land. De Italianen dringen erg voor en het is zaak om geen deuk op te lopen. We pakken de A3 richting Salerno en rijden door naar Pompei om op camping Zeus te staan. Naast de opgraving, dus heel gemakkelijk. Het regent soms hard en het is druk op de camping, er staan veel campers, we moeten even aan de drukte wennen, na die weken van betrekkelijke rust.

Te voet naar de ingang en toegang is vanmiddag gratis! Pompei is indrukwekkend. Vooral de muurschilderingen vinden we mooi. Het is echt een internationale trekpleister en je hoort er alle talen van de wereld.

De volgende dag nog steeds regen en we willen naar Herculaneum. Die site kennen we nog niet. Het ligt temidden van het plaatsje Herculaneum en hoewel er bordjes naar verwijzen, is het lastig te vinden. Schuin tegenover de ingang is een Politiebureau met een parking erachter.  Goede plek. Omdat de gemeentelijke reiniging staakt, ligt overal een berg vuilniszakken. Soms drijven er zakken door de straat in het regenwater. Het is niet erg fraai.

De site is dat wel. Veel kleiner dan Pompei, maar beter onderhouden en wat opvalt: er zijn huizen waar de verdieping nog op staat. Ook is er nog oorspronkelijk hout te zien.

Het is mooi gerestaureerd.

We vinden dat we de regen uit moeten ( het is in Nederland prachtig weer..) en rijden de volgende dag richting Toscane om te overnachten op een typische ressortcamping met alles erop en eraan. Ter kennismaking worden we eerst rondgereden in een golfkarretje. Het is er vol. Er zijn drie restaurants, zwembaden en alles wat de verwende gast zich kan wensen. Eigenlijk niet onze keuze, maar we blijven toch maar een nachtje.

Op 4 juni gaan we door naar het noorden en rijden via Firenze langs het Gardameer naar Rovereto Sud. Daar van de autoweg af omdat we in de bergen in Polsa op 1320 meter willen overnachten. Alleen deze camping gaat pas 1 juli open. De berg weer af en halverwege in Brentonico lijkt het ons wel wat. Mooi dorpje, plein naast de kerk, onder een paar bomen bij de pomp. Meer moet dat niet zijn. Gevraagd bij de Carabinieri en die vindt het ook goed.

In het dorp lekker lokaal gegeten.

De op een na laatste etappe van Noord Italië, via Oostenrijk naar Schwarzenau aan de Main, gaat soepeltjes. De volgende dag zijn we weer thuis.

 

Totaal hebben we 8350 km afgelegd om drie weken door Tunesië te kunnen trekken en een week op Sicilië te zijn. Met de heen en terugrit erbij, zijn we ruim 5 weken onderweg geweest.

De auto is geweldig, het bed comfortabel en als je niet te veel meeneemt, heb je met z’n tweeën en een klein hondje erbij, ruimte genoeg. Het mooie is dat de auto niet meteen als camper wordt herkend, door kleur en beperkte afmeting. Dat verlaagt vaak de drempel als je op plaatsen wil staan, die niet meteen als camping zijn aangeduid. De auto is onopvallend en dat heeft zijn voordelen. Behalve diesel, in Tunesië kost dat € 0,79 per liter, heeft de auto een liter olie verbruikt.

De ervaringen in Tunesië zijn echt positief en we kunnen het iedereen aanraden die zin heeft in een reis die ook wat avontuur te bieden heeft. Financieel is het ook zeker te doen. Je moet wel bereid zijn om van de gebaande wegen af te wijken, maar dan heb je ook een mooie tocht te pakken.

Sicilië is het toetje , dat je zeker niet moet missen.

 

Carla en Huub Slokker

slokker_@hotmail.com